Hasil (
Bahasa Indonesia) 1:
[Salinan]Disalin!
[Bus de Gisignies, Léonard Pierre Joseph, Viscount du]BUS DE GISIGNIES (Léonard Pierre Joseph, Viscount du), kumpulan. 1 Maret 1780 di benteng Dottignies (Barat-Vlaandn.), mati. 31 Mei 1849 ke Timur-Malle (kempenland), putra P.I.J. du Bus dan m. Gisignics, dicapai Th.B. Vuylsteke adalah studi hukum di Universitas Douai. Belgia, selama ia wenschte ke Kekaisaran Perancis milik, melampaui setiap posisi resmi, tapi, memperingatkan bahwa sikap akan membuat dia curiga, ia mengambil 30 April 1813 penunjukan untuk pertama wakil maire Tournai. Ketika pasukan Adipati Sachsen-Weimar telah menduduki kota, ia ditawari posisi maire, tetapi ia mengucapkan terima kasih, karena ia masih merasa terikat oleh sumpah kepada Kaisar, yang telah dilakukan kurang dari jauh dari pemerintah.Na de oprichting van het koninkrijk der Nederlanden benoemde de belg. gouvern.-gen. de Vincent hem 18 Mei 1814 tot commissaris van het arrondissement van Kortrijk; 19 Sept. 1815 werd hij door West-Vlaanderen afgevaardigd als lid der Tweede Kamer; hij nam een werkzaam deel aan den arbeid der commissie, belast met het opmaken van een ontwerpwet op de nationale militie; in de zitting 1818-1819 was hij president der Tweede Kamer; 7 Maart 1820 werd hij benoemd tot gouverneur der provincie Antwerpen en 1 Febr. 1823 tot gouverneur der provincie Zuid-Brabant. 10 Aug. 1825 werd d.B., met behoud zijner functie, die inmiddels door een ander zou worden waargenomen, benoemd tot commissarisgen. des konings over Ned.-Indië. 28 Sept. van Texel vertrokken, trad hij 4 Febr. 1826 als zoodanig op; het dagelijksch bestuur bleef opgedragen aan de indische reg. met den luit.-gouv.-gen. H.[p. 283]Merkus de Kock (zie in dit deel), die sinds 1822 die waardigheid bekleedde.De zending van d.B. met uitgebreide volmacht naar Indië had ten doel bezuiniging en onderzoek; zij vond haar oorzaak in de overtuiging, sinds 1824 in Nederland gevestigd, dat in de indische administratie, waar de jaarlijksche uitgaven de inkomsten overtroffen, niet de gewenschte orde heerschte, dat zij op te ruimen voet was ingericht en dat de richting van het bestuur aldaar strijdig was met de beginselen, door de commissn.-genl. van 1816-1819 aangenomen.De taak van d.B. was zeer moeielijk; vooreerst was het bekend, dat zijne zending plaats had naar aanleiding van het bestuur van Bn. van der Capellen (I kol. 569), die in Indië zeer bemind was en de algemeene achting genoot. Dan moest zijn hoofdstreven: bezuiniging, dat gepaard ging met ontslag van talrijke ambtenaren, wel ontevredenheid wekken, terwijl dat streven in hooge mate belemmerd werd door den zes maanden vóór zijne komst in Batavia uitgebroken opstand in Midden-Java, waaromtrent bij zijne uitzending in Nederland niets bekend was en waarvan de onderdrukking groote uitgaven vorderde.Daarbij kwam, dat gedurende het geheele verblijf van d.B. op Java de verhouding tusschen hem en den luit.-gouvern.-gen. zeer moeielijk was; meende d.B., dat de Kock hem niet uit eigen beweging voldoende adviezen gaf en dat de oorlog in Midden-Java door eene verkeerde leiding gerekt werd, deze beweerde van zijne zijde, dat niettegenstaande al de door hem aangewende moeite, het hem niet gelukt was het vertrouwen van d.B. te winnen. Hield d.B., ingevolge zijne instructie bezuiniging steeds op het oog, de Kock gevoelde daarvoor uit den aard der zaak minder en stelde de militaire eischen op den voorgrond. Vermoedelijk heeft de omstandigheid, dat de Kock veel op het oorlogsterrein en dus niet in de nabijheid van d.B. was, er toe bijgedragen, dat hierin geene verbetering kwam. Ook was de verhouding van d.B. tot de indische regeering in den aanvang zeer gespannen; later - ook door wijziging in haar samenstelling - verbeterde die.Bij al zijne handelingen hield d.B. zich steeds strikt aan de instructiën hem door den koning verstrekt en hij bracht den min. v. kol. steeds met de meeste nauwgezetheid op de hoogte van alles wat door hem
Sedang diterjemahkan, harap tunggu..
